Ik ben katholiek opgevoed. Echt katholiek. Ik zong tot mijn achttiende in het kerkkoor. Ik ging naar de mis. Ik kende de gebedjes. Ik wist wat goed was en wat fout.
Toen ik begon te masturberen, zei ik achteraf een Weesgegroetje.
Elke. Keer.
Masturbeer.
Wees gegroet, Maria, vol van genade,
de Heer is met u.
Gezegend zijt gij onder alle vrouwen,
En herhaal.
Ik moet er nu om lachen. Maar ik denk er ook nog vaak aan. Omdat het zoveel zegt over hoe ik naar seksualiteit leerde kijken.
Als katholiek meisje krijg je een heel specifieke soort schaamte mee. Niemand wist dat ik masturbeerde. Niemand gaf me ervoor onder mijn voeten. En toch wees ik mezelf terecht. Ik had geleerd dat het iets was waarover ik me schuldig hoorde te voelen.
Schaamte laat dat gevoel niet verdwijnen. Ze maakt je niet minder nieuwsgierig. Ze zorgt er niet plots voor dat je niks meer wilt. Ze zet er achteraf gewoon een klein stemmetje naast. Eentje dat zegt dat je het misschien niet had mogen willen.
Het katholicisme heeft me daar zeker een stuk van meegegeven. Maar je hoeft niet gelovig te zijn om het te herkennen. Ook zonder de kerk zijn we als maatschappij verdomd goed in mensen schaamte aanpraten.
We hebben een mening over hoe mensen zich kleden. Met hoeveel mensen ze naar bed zijn geweest. Wat ze online posten. Of ze te veel huid tonen. Te graag aandacht krijgen. Te seksueel zijn. Of net niet seksueel genoeg.
Er staat altijd wel iemand klaar om te oordelen.
Zeker als je een vrouw bent.
Terwijl ik Perzik opnieuw bouw, denk ik veel na over lichamen, seksualiteit en consent. En telkens kom ik weer bij schaamte uit.
Er is een groot verschil tussen:
Ik wil dit niet.
en
Ik mag dit niet willen.
Het ene gaat over je eigen grenzen kennen.
Het andere is je misschien aangeleerd.
Uitzoeken wat wat is, duurt even. Bij mij toch.
En ik ben nog altijd dingen aan het afleren waarvan de tiener die ik was dacht dat ze met een Weesgegroetje op te lossen waren.




